Stichting

Historische

Werkgroep Beijum




Binnenkort

Zoeken

tijdvak jagers 

Tijd van jagers en boeren
Prehistorie (- 3000 v C)

Jagers, vissers en voedselverzamelaars in Het Hunzedal

De Hondsrug is een zandrug van 70 kilometer lengte. Deze begint in de buurt van Emmen (Drente) en loopt door tot in de stad Groningen. De Groningse wijk Tuinwijk bijvoorbeeld ligt op een kleine uitloper ervan. Deze zandrug vormt ongeveer de oostgrens van het hoger gelegen deel van Drente, het Drents Plateau. Dat ligt grofweg tussen Emmen, Coevorden, Steenwijk en de stad Groningen.

Aan het eind van de laatste ijstijd, zo’n 11.500 jaar geleden, hebben de mensen in onze omgeving geen permanente verblijfplaatsen. Ze trekken rond binnen een enorm territorium en volgen de mogelijkheden van de seizoenen. Ze kamperen bijvoorbeeld waar dat voor de jacht gunstig is. Dat kan voor een paar uur of een paar nachten zijn.

De grotere basiskampen zijn langer in gebruik door een familie. Het rondtrekken gebeurt waarschijnlijk in familieverband: een vader met twee zoons op jacht; een familie met (groot)ouders op doortocht van het ene basiskamp naar het andere. Er zijn hier dan zo weinig mensen dat het zomaar kan dat ze weken niemand tegenkomen en als dat al gebeurt, is de kans heel groot dat het om familie gaat.

Deze mensen leven van de visserij en de jacht op onder andere rendieren en vogels. De trek van de rendieren in de herfst zal belangrijk zijn geweest voor hun jaarlijkse trektochten door het landschap. De hond is dan al ’s mans trouwe metgezel, als waker tegen wolven en beren en als hulp bij de jacht. Verder leven ze van wat ze verzamelen uit de plantenwereld: bessen en wortels bijvoorbeeld, al naar gelang van wat de seizoenen voortbrengen. Misschien dat voedselbronnen de plek van de basiskampen bepaalden; men wist precies wanneer en waar er iets was te vinden.

De huiden van de dieren doen dienst als kleding en als tentdoek. Been wordt gebruikt om naalden en haken van te maken, de bast van berken is de grondstof voor manden en sommige struiken leveren rechte staken (dunne stokken of boomstammen voor bogen, pijlen en werpsperen).