(vervolg van: 1978-2018: 40 jaar Beijum)

Oude grond

De nieuwbouwwijk Beijum is gebouwd op oude grond. Toen de gemeente Groningen in 1969 het grondgebied van de gemeente Noorddijk inlijfde, was Beijum een boerengehucht. De bebouwing bestond uit enkele boerderijen langs de Beijumerweg, dichtbij de gemeentegrens tussen Noorddijk en Bedum. In de Middeleeuwen was Beijum een kerkdorp met een eigen parochiekerk.

Bewaard verleden

Een historische wandeling leert dat er nog veel van het verre verleden in Beijum en regio bewaard is gebleven. De Beijumerweg bestaat nog steeds, nu overwegend als fietspad. Ook enkele oude boerderijen zijn bewaard gebleven. De oude grens tussen Noorddijk en Bedum, een bijna 1000 jaar oude dijk met de naam Zuidwending, is nog steeds te herkennen in het tracé van het kanaal dat dwars door Beijum loopt. Die Zuidwending moest eeuwen geleden worden aangelegd als waterkering voor het laaggelegen veengebied waarin Beijum lag. Aan de noordkant werd dat veengebied, Innersdijk, beschermd door de Wolddijk, die met een grote boog van Noordwolde tot achter Ten Boer loopt.

Van gemeente Noorddijk naar Stadsdeel Noorddijk (Stadsdeel Oost)

Dat Groningen zijn stadsgrenzen in 1969 uitbreidde, had alles te maken met de verwachte snelle bevolkingsgroei van de stad. Het nieuwe stadsdeel Noorddijk alleen al zou 45.000 tot 60.000 inwoners krijgen. Het 'Struktuurplan 1969-1973' voorzag daarom in een groots opgezette cluster nieuwbouwwijken, met naast Beijum en Lewenborg ook wijken met namen als Oosterhuizen en De Rollen. De laatste twee wijken kwamen er niet, omdat de plannen vanwege tegenvallende cijfers naar beneden moesten worden bijgesteld. Ook het geplande stadsdeelcentrum met onder andere een groot gemeenschappelijk winkelcentrum kwam er niet. Op die plek liggen nu de prachtige sportvelden van Kardinge.